De strijd voor een echte democratische en Socialistische Partij
Door Bas de RuiterEen paar maanden geleden, begin juni, is er binnen de SP onvrede ontstaan over de wijze waarop door de nationale partijleiding werd gehandeld naar aanleiding van de verkiezing op basis van voorkeursstemmen van Düzgün Yildirim, SP-fractielid in de Provinciale Staten van Overijssel.
Het partijbestuur eiste toen, en op het moment van het schrijven van dit artikel nog steeds, dat Yildirim zijn zetel op zou geven zodat de oorspronkelijke kandidatenlijst - zoals die voorafgaand aan de verkiezingen was vastgesteld door de partijraad - gevolgd zou worden.
Het is binnen de SP een goed gebruik om uiteindelijk de partij het laatste woord te geven over wie de partij in publieke lichamen zal vertegenwoordigen, ongeacht het recht dat de Kieswet aan verkozenen geeft om een op basis van voorkeursstemmen verkregen zetel in een lokaal, regionaal of nationaal parlement in te nemen.
Voor Offensief gaat de partijdemocratie zonder twijfel voor op welke burgerlijke wetgeving dan ook. Dit betekent echter niet dat een partijleiding van te voren het door haar gewenste resultaat van een verkiezing dwingend kan opleggen aan haar lidmaatschap. De partijleiding heeft dat in deze kwestie getracht door te beargumenteren dat de stemvolgorde niet mocht afwijken van de vastgestelde kandidatenlijst. Wij hebben onder andere hierom ook kritiek op de formele manier waarop de nationale partijleiding en haar trouwe aanhang het aspect van partijdemocratie uitlegt.
In deze hele kwestie, vanaf het moment dat de kandidatenlijst werd vastgesteld tot op heden, heeft de partijleiding op alle niveaus geen ruimte geboden voor open debat over deze (en andere) kwesties die de toekomst van de SP als democratische Socialistische Partij bepalen. Het partijbestuur verwijst enkel naar een stemming in de partijraad van juli (96% steunde de eerder genomen beslissing van het partijbestuur dat Düzgun Yildirim zijn zetel moest opgeven en 4% steunde Yildirim in zijn verzet tegen die beslissing).
Hoe kunnen echter enkele tientallen partijprominenten een werkelijkheidsgetrouwe afspiegeling zijn van de visie van het gehele lidmaatschap, op het moment dat deze leden op geen enkel moment in deze hele episode zijn geïnformeerd, geraadpleegd en om een formeel besluit zijn gevraagd?
De partijtop verwijst nu naar het aankomende congres van 24 november als de gelegenheid om onder andere de discussie over het democratische gehalte van de partij te voeren, maar de vraag is wie het lidmaatschap van de partij daar zal gaan vertegenwoordigen. Zoals gewoonlijk zullen dat diezelfde lokale en regionale partijprominenten zijn, omdat de directe betrokkenheid van de basis van de SP op de momenten dat dergelijke beslissingen worden genomen, laag is.
De voornaamste oorzaak hiervan is niet dat de leden zich niet betrokken zouden voelen bij het lot van hun partij, maar eerder dat er vanuit het actieve partijkader, dat voor de overgrote meerderheid bestaat uit de lokale en regionale partijleiding, te weinig wordt gedaan om die leden te stimuleren om aan dit soort beslissingen deel te nemen.
We zien hier nog de schaduwen van het maoïstische verleden van de SP, relieken van een politieke stroming – verwant aan het stalinisme – die de interne democratie binnen haar eigen gelederen het liefst tot een minimum beperkte. Het gezonde marxistische uitgangspunt van het democratische centralisme met permanent afzetbare - door meerderheidsbesluitvorming gekozen – vertegenwoordigers werd vervangen door een bureaucratisch centralisme, waarin de partijelite de besluiten nam voor haar leden en achterban.
Die ontwikkeling zien we binnen de SP ook. Dat is waarom wij toejuichen dat er als reactie op deze kwestie met betrekking tot Yildirim een comité Democratisering SP is opgericht. Wij steunen de strijd voor een meer democratische SP, omdat enkel een meer volwaardige partijdemocratie garant kan staan voor het opstellen van een werkelijk socialistisch programma. Zo’n ontwikkeling zou een halt kunnen toeroepen aan de inspanningen van de partijleiding om door een matiging van haar politieke programma en een verwatering van haar socialistische principes als een betrouwbare toekomstige regeringspartner te worden gezien.
De achterban van de SP, de werkenden/werklozen, studerende en werkende jongeren, gepensioneerden, enz. hebben niets aan een partij die in een regering terechtkomt door akkoord te gaan met een beleid dat over hun ruggen zal worden gevoerd. Zij heeft belang bij een consequente Socialistische Partij, met een helder anti-kapitalistisch programma waarbinnen de interne partijdemocratie werkelijk serieus wordt genomen en niet slechts in formalistische zin wordt opgevat.
Bewijzen voor deze conclusies zijn o.a. te vinden in het feit dat de SP er in de peilingen de afgelopen maand fors op achteruit is gegaan onder invloed van de interne problemen: hoe dicht de SP kennelijk tegen de PvdA aan is komen te staan, blijkt op haar beurt weer uit de winst die PvdA ten opzichte van de SP heeft kunnen realiseren. Of beter gezegd: de nood om de stemmen terug te winnen die de SP op de PvdA had kunnen veroveren.
Nu binnen de PvdA ook de roep voor een linksere koers klinkt vanuit een 50-tal partijleden die zich verenigd hebben in het comité “Rooie veren” is deze kwestie absoluut actueel. Jan Pronk heeft zichzelf ook vanuit die invalshoek kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van de PvdA, net als de huidige voorzitter van Cordaid en lid van de Evert Vermeerstichting (een groep binnen de PvdA die zich inzet voor internationale solidariteit) Lilianne Ploumen.
Deze kandidaten roepen voornamelijk op voor de terugkeer naar de traditionele sociaal-democratische uitgangspunten. Herverdeling van inkomens om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen, en meer in het algemeen de bestrijding van de “uitwassen van het kapitalisme”. Jan Pronk wordt in zijn kandidatuur inmiddels gesteund door minstens 450 partijleden.
Omdat Pronk wel toejuicht dat de PvdA na de verkiezingsnederlaag toch in de regering met CDA en CU is toegetreden, is het de vraag hoe serieus hij is in zijn voornemen om van de PvdA weer een “echt linkse” partij te maken. Het is aannemelijker dat de PvdA door het opplakken van wat “rooie veren” zal proberen de SP de wind uit de zeilen te nemen.
De SP kan dit alleen voorkomen door zichzelf op te stellen als een partij die een consequente oppositie voert tegen de neoliberale globalisering, oorlog, klimaatverandering en toenemende armoede in Nederland en de wereld. De SP moet dan in elk geval verder gaan dan het willen bestrijden van “de uitwassen van het kapitalisme”; zij moet een fundamenteel alternatief op het kapitalisme als economisch systeem naar voren brengen.
Om te beginnen zou zij een programma kunnen opstellen, waarin elke vorm van verdere uitverkoop van publieke sectoren zonder meer een halt wordt toegeroepen, met een verwijzing naar de noodzaak van het weer in publieke eigendom brengen van alle oorspronkelijke publieke sectoren.
Verder zouden onderdelen van dit programma moeten zijn: het verkorten van de arbeidsweek met behoud van loon en het aannemen van extra personeel om de arbeidsduurverkorting op te vangen; zo kan een enorme stap worden ingezet in het volledig bestrijden van de werkloosheid in Nederland. Een andere maatregel die vooral de jeugdwerkloosheid kan bestrijden, is het bieden van de mogelijkheid om met pensioen te gaan na 35 jaar werken: veel jongeren hebben moeite met het vinden van een baan, omdat veel ouderen verplicht worden langer door te werken.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van uitgangspunten voor een nieuw, werkelijk antikapitalistisch programma van de SP. Deze uitgangspunten zouden dan wel gekoppeld dienen te worden aan de noodzaak van een socialistische verandering van de maatschappij, zowel in Nederland als wereldwijd. Offensief komt binnen de SP en daarbuiten op voor zo’n socialistisch programma, dat de behoeften van de meerderheid van de wereldbevolking boven die van enkele kapitalisten stelt.
(LSP heeft een zusterorganisatie in Nederland, Offensief. Hun website vind je op http://www.offensief.nl/)